Bij CP treedt er tijdens of in de periode na de bevalling hersenschade op in het deel van de hersenen dat de spieren controleert. Die hersenschade leidt tot een blijvende aandoening van de ontwikkeling van houding en beweging.
Hoe vaak komt CP voor?
Ongeveer 2 op 1000 kinderen worden met CP geboren.
Verschillende vormen van CP
Afhankelijk van welk deel van de hersenen precies beschadiging heeft opgelopen, onderscheiden we 3 types van CP:
De hersenbeschadiging zelf verandert niet verder in de tijd. Dat betekent niet dat alles altijd hetzelfde blijft: noden, mogelijkheden en ondersteuningsvragen kunnen wel veranderen tijdens het opgroeien.
Hoewel CP blijvend is, kunnen kinderen blijven groeien, leren en nieuwe vaardigheden ontwikkelen. Therapie, hulpmiddelen, ondersteuning en omgeving spelen daarin een belangrijke rol.
CP ziet er bij iedereen anders uit. Sommige kinderen ervaren milde motorische moeilijkheden, anderen hebben meer ondersteuning nodig in het dagelijks leven. Er bestaat geen “typische” CP.
Cerebrale Parese (CP) of hersenverlamming is een blijvende neurologische aandoening die zorgt voor een verstoorde ontwikkeling van houding (hoofd- en rompcontrole) en beweging. Meestal wordt de aandoening veroorzaakt door een niet-progressief hersenletsel. Met andere woorden: een hersenletsel dat niet meer verergert. De hersenbeschadiging treedt op voor of tijdens de geboorte of in de eerste twee levensjaren, terwijl de hersenen van het kind nog volop in ontwikkeling zijn. Soms is de oorzaak een genetische afwijking (al dan niet met een hersenletsel) en bij sommige patiënten wordt geen duidelijke oorzaak gevonden.
Deze kinderen kunnen complexe behoeften hebben op het gebied van gezondheid, onderwijs, sociale en emotionele ondersteuning, die zorgen voor extra uitdagingen tijdens het ouderschap en kunnen van invloed zijn op het functioneren van het gezin en het welzijn van de ouders.
Weet dat elk kind is uniek is, dat vergelijken heel moeilijk is en dat veel afhangt van de plaats en de uitgebreidheid van de hersenbeschadiging of van de onderliggende (genetische) aandoening. En elk kind zal ook unieke persoonskenmerken ontwikkelen en op een andere manier omgaan met de aandoening.