Onderwijs

Ieder kind heeft recht op onderwijs dat zoveel mogelijk aansluit bij zijn of haar mogelijkheden en ondersteuningsnoden. Voor kinderen met CP kan dat binnen het buitengewoon onderwijs, het gewoon onderwijs of een combinatie van beide. Welke keuze het meest passend is, verschilt van kind tot kind en kan doorheen de schoolloopbaan veranderen.

Buitengewoon onderwijs

Het buitengewoon onderwijs is bedoeld voor kinderen die nood hebben aan een meer gespecialiseerde leeromgeving en intensievere ondersteuning. Er bestaan verschillende types onderwijs, afgestemd op verschillende ondersteuningsbehoeften. Voor kinderen met een motorische beperking, zoals CP, kan bijvoorbeeld type 4 aangewezen zijn. Ook andere types kunnen passend zijn wanneer er bijkomende ondersteuningsnoden zijn.

Niet iedere school biedt elk type of dezelfde omkadering aan. Het is daarom belangrijk om niet alleen naar het type onderwijs te kijken, maar ook naar de concrete school: haar visie, expertise, aanpak, bereikbaarheid en beschikbare plaatsen. Om in te schrijven in het buitengewoon onderwijs is een verslag van het CLB nodig.

Onderwijs binnen een gewone school

Binnen het gewoon onderwijs zijn verschillende vormen van ondersteuning mogelijk:

  • Ondersteuning door de school zelf: de leerkracht, zorgcoördinator en het zorgteam bekijken welke begeleiding en redelijke aanpassingen nodig en haalbaar zijn.
  • Een GC-verslag: wanneer de ondersteuning van de school niet volstaat, kan het CLB een GC-verslag opmaken. Het kind blijft het gemeenschappelijk curriculum volgen en werkt dus toe naar dezelfde onderwijsdoelen als de klasgenoten. Via een leersteuncentrum kan bijkomende leersteun worden ingezet.
  • Een IAC-verslag: wanneer er uitgebreidere ondersteuning noodzakelijk is, kan het CLB een IAC-verslag opmaken. Het kind volgt dan een individueel aangepast curriculum, met leerdoelen die afgestemd zijn op zijn of haar mogelijkheden en noden.

Een combinatie of een latere overstap

De keuze voor gewoon of buitengewoon onderwijs hoeft niet voor de volledige schoolloopbaan vast te liggen. Een kind kan later overstappen wanneer de mogelijkheden, ondersteuningsnoden of omstandigheden veranderen. In bepaalde situaties kan een leerling ook deeltijds les volgen in het gewoon én het buitengewoon onderwijs.

Een onderwijskeuze is dus geen definitief oordeel over wat een kind wel of niet kan. Het is een keuze voor de leeromgeving die op dat moment het beste aansluit.

“

De keuze tussen buitengewoon en gewoon onderwijs is niet eenvoudig. Hulpverleners, de school en het CLB kunnen informeren, adviseren en ondersteunen. Welke weg het ook wordt: je kiest vanuit liefde en met de beste kansen voor je kind en wat  volgens jou het beste past bij je kind en je gezin.

Een bewuste en persoonlijke keuze

Als ouder neem je een belangrijke beslissing. De school en het CLB kunnen informeren, adviseren en samen met jullie onderzoeken wat mogelijk is. Ook de stem, ervaringen en het welzijn van het kind verdienen daarbij een centrale plaats.

Er bestaat geen keuze die voor ieder kind of ieder gezin de beste is. Gewoon onderwijs kan kansen bieden op inclusie, leren en opgroeien in de eigen buurt. Buitengewoon onderwijs kan meer gespecialiseerde begeleiding, aangepaste infrastructuur en herkenning bij kinderen met gelijkaardige ervaringen bieden. Beide onderwijsvormen hebben mogelijkheden én beperkingen.

Deze vragen kunnen helpen bij het maken van een bewuste keuze:

  • Welke ondersteuning heeft mijn kind nodig om te leren, zich te ontwikkelen en zich goed te voelen?
  • Waar kan mijn kind succeservaringen opdoen en voldoende vertrouwen opbouwen?
  • Hoe belangrijk zijn inclusie in de eigen omgeving en contact met leeftijdsgenoten uit de buurt?
  • Welke meerwaarde kan gespecialiseerde begeleiding of contact met lotgenoten bieden?
  • Sluiten de visie en aanpak van de school aan bij onze waarden?
  • Hoe kijkt mijn kind zelf naar de verschillende mogelijkheden?
  • Welke scholen zijn bereikbaar, toegankelijk en hebben voldoende expertise en plaats?
  • Wat is haalbaar voor ons kind én voor ons gezin, rekening houdend met vervoer, therapie, energie en levenskwaliteit?

De meest passende keuze ligt vaak op het kruispunt van overtuiging en haalbaarheid. Het gaat niet alleen om waar een kind onderwijs kan volgen, maar vooral om waar het voldoende kansen krijgt om te leren, zich te ontwikkelen, erbij te horen en kind te zijn.

Meer officiële informatie is te vinden bij

Handige partner binnen inclusief onderwijs